Le Collectif21 regroupe des associations et des fédérations d’associations (sans prétention à l’exhaustivité ni à la représentativité) soucieuses de réfléchir, sensibiliser et mobiliser autour de la spécificité, de la légitimité et de la nécessité du fait associatif à la veille du centenaire de la loi sur les asbl (27 juin 1921) et au lendemain de leur enterrement dans le Code des Sociétés et des Associations (23 mars 2019). L’intégration des associations dans le CSA a fait disparaitre l’une des dernières frontières formelles entre « l’entreprise » et « l’association ». Les impacts symboliques et pratiques que ce changement pourrait provoquer sur les institutions elles-mêmes, leurs actions, leur culture, leur rapport à la population, leur financement… nécessite à tout le moins un débat démocratique. Les crises engendrées ou aggravées par la pandémie de Covid-19 ont autant perturbé la démarche du Collectif21 qu’elles ne l’ont rendue plus pertinente encore.

Het Collectief21 groepeert verenigingen en federaties van verenigingen (zonder pretentie inzake volledigheid of representativiteit) die bezorgd zijn om na te denken, te sensibiliseren en te mobiliseren omtrent de specificiteit, de legitimiteit en de noodzaak van het verenigingsleven op de vooravond van de 100-jarige verjaardag van de wet over de VZW (27 juni 1921) en in nasleep van de opname ervan in het Wetboek van Verenigingen en Vennootschappen (23 maart 2019). De integratie van verenigingen in de WVV heeft één van de laatste formele grenzen tussen “onderneming” en “vereniging” doen verdwijnen. De symbolische en praktische impact die deze verandering kan hebben op de instituties zelf, hun handelen, hun cultuur, hun relatie tot het publiek, hun financiering … geeft op zijn minst aanleiding tot een democratisch debat. De problemen die de pandemie Covid-19 veroorzaakt of verergerd hebben, heeft evenzeer het initiatief van Collectief21 verstoord zodat het dit nog meer pertinent heeft gemaakt.

Note d'intention / Intentieverklaring

Faire association aujourd’hui…
Et demain ?

La récente intégration des associations au sein du Code des Sociétés et des Associations (CSA) a fait disparaitre l’une des dernières frontières formelles entre « l’entreprise » et « l’association ». Cette évolution a suscité divers questionnements sans qu’un réel débat public ne puisse avoir lieu. Sans non plus prendre le temps de mesurer les potentiels impacts symboliques et pratiques que ce changement allait provoquer sur les institutions elles-mêmes, leurs actions, leur culture.

On sent pourtant bien que les signifiants des termes « associer » et « entreprendre » ne recouvrent pas les mêmes ambitions ni les mêmes praxis.

Inquiètes de ces évolutions, mobilisées par le devenir d’associations militantes et engagées dans les questions sociales, culturelles, de santé…, titillées par les questions démocratiques et participatives que ces transformations pourraient susciter, quelques institutions[1] ont initié le Collectif21 en vue d’interroger l’histoire et les perspectives des associations en Belgique sous différents angles (psychanalytique et philosophique, administratif et financier, historique, de gouvernance, économique, politique…). Le projet vise également à faire le point sur leur fonction d’innovation sociale, de créativité et de contre-pouvoir ou de résistance.

À la veille du centenaire de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif (en voie d’abrogation avec l’intégration de ces dernières au CSA) « qui  ne  se  livrent  pas  à  des  opérations  industrielles  ou  commerciales, et qui ne cherchent pas à procurer à ses membres un gain matériel[2] », il nous semble utile de (re)donner du sens et des perspectives citoyennes à l’acte de Faire Association, de le distinguer du seul statut institutionnel en tant que personne morale pour l’inscrire dans un champ politique, culturel et pratique, traçant des frontières avec les autres mondes, dont le monde marchand.

Il s’agit aussi d’interroger l’identité du champ associatif aujourd’hui (pour peu qu’elle puisse être définie clairement) au regard de la diversité des institutions le constituant (associations à qui sont confiées des missions de services publics, hôpitaux, variété des tailles et des modèles organisationnels, clubs sportifs ou culturels…). Pour le questionnement du Collectif21, la définition de l’association ne peut donc se limiter aux dimensions juridiques de l’a.s.b.l. Elle se précisera autour des secteurs de la santé, du social, de la culture et de l’économie sociale pour embrasser les questions politiques ou culturelles et situer le champ associatif sous l’angle de ses ambitions de transformation sociale.

Notre interrogation porte aussi sur le rôle important que jouent les associations dans le tissu social, la concertation, la mise en à l’emploi… dans un contexte de crise économique, sociale, climatique, politique et interculturelle. Les transformations législatives actuelles risquent-elles d’affecter ces fonctions essentielles dans notre démocratie ? Quid de l’autonomie associative dans un État social actif qui a tendance à déléguer des missions de service public en les normalisant et en exigeant du rendement ? Les associations ne devraient-elles pas davantage contribuer à ces changements de politiques et de tendances plutôt que de les subir ?

La démarche initiée par le Collectif21 ambitionne de fédérer un maximum d’acteurs des secteurs de l’associatif tel que délimité plus haut en vue de dresser des balises d’une future identité associative et, par-delà d’une fonction symbolique, citoyenne et opérationnelle pour Faire Société. Elle rejoint des questionnements similaires en Europe et dans d’autres pays du monde.

Outre les investigations menées, les questions soulevées et les débats à mener, l’objectif de ce parcours est aussi de réaffirmer le fait associatif comme une composante incontournable de la démocratie et de lui dessiner des perspectives d’avenir formulables en revendications/recommandations politiques.

Un cheminement qui, selon nous, est nécessaire et d’utilité publique dans une période où de nombreux repères vacillent et où les tendances sont plutôt à la tension ou au repli qu’au « faire société ».

 

Vandaag zich verenigen …
En morgen?

De recente integratie van verenigingen in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) heeft een van de laatste formele grenzen tussen « het bedrijf » en « de vereniging » opgeheven. Deze ontwikkeling riep verschillende vragen op zonder dat er echt een openbaar debat kon plaatsvinden. Ook zonder de tijd te nemen om de mogelijke symbolische en praktische gevolgen af te wegen die deze verandering zou hebben op de instellingen zelf, hun acties en hun cultuur.

Men voelt echter duidelijk aan dat de betekenaars van de termen « associëren » en « ondernemen » niet dezelfde ambities of dezelfde praktijk dekken.

Bezorgd over deze evoluties, gemobiliseerd door de toekomst van militante verenigingen en betrokken bij sociale, culturele, gezondheidsvraagstukken, die deze hervorming zou kunnen veroorzaken, hebben enkele instellingen het initiatief ‘Collectief21’ gestart, met het inzicht de geschiedenis en perspectieven van verenigingen in België vanuit verschillende invalshoeken in vraag stellen (psychoanalytisch en filosofisch, administratief en financieel, historisch, bestuurlijk, economisch, politiek…). Het project beoogt ook de balans op te maken van hun functie als sociale innovatie, creatie en tegenmacht of verzet.

Aan de vooravond van het eeuwfeest van de wet van 27 juni 1921 betreffende verenigingen zonder winstoogmerk (die buiten werking wordt gesteld door de integratie van laatstgenoemde in de WVV) « die geen industriële of commerciële activiteiten uitoefenen, en die geen  geen materieel gewin aan haar leden bieden”, lijkt het ons nuttig om zin en burgerperspectieven te (her)geven aan de handeling van Zich Verenigen, om deze te onderscheiden van de ene institutionele status als rechtspersoon om deze in een politiek, cultureel en praktijk in te schrijven, waarbij grenzen worden getrokken met andere werelden, inclusief de commerciële wereld.

Het is ook een kwestie van identiteit van het verenigingsleven van vandaag (als het al duidelijk kan worden gedefinieerd) in twijfel trekken met betrekking tot de diversiteit van de instellingen waaruit het bestaat (verenigingen die zijn belast met de opdrachten van openbare diensten, ziekenhuizen , verschillen in grootte en organisatiemodellen, sport- of culturele clubs, enz.). Voor de bevraging van de Collectief21 kan de definitie van de vereniging dus niet beperkt blijven tot de juridische dimensies van de V.Z.W.. Het zal zich richten op de sectoren gezondheid, sociale, culturele en sociale economie om politieke of culturele kwesties te omarmen en het verenigingsleven te situeren via de invalshoek van de ambities voor sociale transformatie.

Onze vragen hebben ook betrekking op de belangrijke rol die verenigingen spelen in het sociale weefsel, consultatie, werkgelegenheid … in een context van economische, sociale, klimatologische, politieke en interculturele crisis. Zijn de huidige wetswijzigingen mogelijk van invloed op deze essentiële functies in onze democratie? Hoe zit het met de autonomie van een vereniging in een actieve sociale staat die de neiging heeft om openbare dienstopdrachten te delegeren door ze te standaardiseren en prestaties te eisen? Moeten verenigingen niet eerder een bijdrage leveren aan deze veranderingen in beleid en trends dan eraan te worden onderworpen?

De aanpak geïnitieerd door het Collectief21 heeft tot doel om een ​​maximum aan actoren uit alle sectoren van de het verenigingsleven zoals hierboven gedefinieerd samen te brengen om bakens voor te stellen voor een toekomstige verenigingsidentiteit en, anderzijds een symbolische , burgerlijke en operationele functie voor het Zich Verenigen. Het sluit zich aan bij soortgelijke vragen in Europa en in andere landen van de wereld.

Naast de gevoerde onderzoeken, de gestelde vragen en de te voeren debatten, is het doel van dit parcours ook om het verenigingsfeit als een essentieel onderdeel van de democratie te herbevestigen en daarvoor het toekomstperspectieven te schetsen in formuleerbare politieke eisen/aanbevelingen

Een parcours die, naar onze mening, noodzakelijk is en van openbaar nut, in een periode waarin veel benchmarks aan het wankelen zijn en waarvan de strekking meer naar spanning of egelstelling gaat dan naar ‘de samenleving maken’.

[1]  Actrices et Acteurs des Temps Présents, l’Autre Lieu, CBCS, CEMÉA, Centre Franco Basaglia, CFS, Comité belge de l’Appel des Appels, FESEFA, Ligue Bruxelloise Francophone de Santé Mentale, Lire et Écrire Bruxelles, le SAS, Miroir Vagabond, PointCulture.

[2]  Article 1er de cette loi